De arbeidsovereenkomst

Het arbeidsrecht geldt als er tussen een werkgever en een werknemer een arbeidsovereenkomst bestaat. Daarvan is sprake als tussen de twee partijen is afgesproken dat de ene partij in dienst is bij de andere partij. Er moet sprake zijn van een gezagsverhouding. Bovendien moet de werknemer gedurende enige tijd, dus bepaalde tijd of onbepaalde tijd, arbeid verrichten tegen een beloning (loon). Dat lijkt wellicht vanzelfsprekend, maar toch komen we in de praktijk regelmatig de vraag tegen of tussen partijen wel sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Naast de afspraken over de functie, arbeidsomvang en salaris, maken werknemer en werkgever in de praktijk nog allerlei andere afspraken met elkaar. Zo kunt u denken aan een concurrentie- of relatiebeding en afspraken over proeftijd.

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd

Een arbeidsovereenkomst kan voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd worden aangegaan. Een overeenkomst voor onbepaalde tijd eindigt door opzegging. Een  overeenkomst voor bepaalde tijd eindigt door het verstrijken van de tijd waarvoor de overeenkomst werd aangegaan. In het geval werkgever en werknemer een overeenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden of langer hebben afgesloten, dan moet de werkgever uiterlijk één maand voordat het contract van rechtswege afloopt, de werknemer informeren of het contract wordt verlengd en zo ja, onder welke voorwaarden. Doet de werkgever dit niet, dan is hij de werknemer een vergoeding verschuldigd.

Ketenregeling

In dat verband is de zogenaamde ketenregeling van belang. Sinds 1 juli 2015 zijn de regels voor de ketenregeling veranderd. De ketenregeling bepaalt wanneer een arbeidsovereenkomst in een reeks wordt omgezet naar een contract voor onbepaalde tijd. Een tijdelijke arbeidsovereenkomst kan twee keer worden verlengd waarbij de totale ketenduur niet langer mag zijn dan twee jaar. De keten kan doorbroken worden om te voorkomen dat een werknemer een contract voor onbepaalde tijd krijgt. Er moet dan tussen twee arbeidsovereenkomsten een periode van meer dan zes maanden zitten. De hoofdregel is dus: 3 contracten – 2 jaar – 6 maanden.

Uitzonderingen

In de praktijk zijn afspraken mogelijk tussen werkgever en werknemer. Bijvoorbeeld een afroepcontract of nulurencontract. Ook hebben we te maken met andere constructies zoals payroll en uitzendcontracten. U leest er meer over in onze kennisbank.