Ontslag met wederzijds goedvinden

Als tussen partijen over en weer overeenstemming bestaat over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, dan leidt dat tot het einde van die overeenkomst. Een ontslag met wederzijds goedvinden wordt meestal vastgelegd in een zogenaamde vaststellingsovereenkomst waarin wordt aangegeven waarom partijen hebben besloten om uit elkaar te gaan en onder welke voorwaarden partijen afscheid van elkaar nemen.

Het komt  voor dat er een deugdelijke – door partijen ondertekende -vaststellingsovereenkomst ontbreekt. In dat geval moet de rechter een oordeel geven.

De rechtspraak hierover bestaat uit drie van elkaar te onderscheiden fenomenen, te weten:
A. Dat één van partijen meent dat er overeenstemming bestond en de andere partij vindt dat die overeenstemming niet bestond omdat hij zich nimmer akkoord heeft verklaard met die beëindiging.
B. Dat beide partijen een verklaring hebben afgelegd welke zag op beëindiging van de overeenkomst, maar één partij meent dat hij niet aan zijn verklaring kan worden gehouden.
C. Eén partij meent dat hij de verklaring heeft afgelegd onder dwang, bedrog of misbruik van omstandigheden.

Ad A.
Wil er sprake zijn van een wilsuiting/verklaring van de werknemer die gericht is op beëindiging dan moet die verklaring inhouden een ondubbelzinnige wilsuiting welke gericht is op beëindiging. Daar waar twijfel mogelijk is over de bedoeling van de werknemer is er geen sprake van ondubbelzinnige wilsuiting die gericht is op beëindiging en kan uit die verklaring geen wederzijds goedvinden worden afgeleid.
Een werknemer die kwaad van het werk loopt met de mededeling dat hij het niet meer ziet zitten en dat de werkgever het maar moet bekijken legt daarmee nog geen ondubbelzinnige verklaring af dat hij het einde van de dienstbetrekking nastreeft, hoezeer een werkgever een dergelijke uiting ook anders geïnterpreteerd wil zien.

Ad B.
Een werknemer die aangeeft dat hij het niet meer ziet zitten bij de werkgever en daarbij aangeeft dat hij nooit meer terugkomt geeft daarmee kennelijk aan hij op staande voet ontslag neemt. Als de werkgever repliceert “dat is goed, Jan” dan is er ogenschijnlijk – nu beide partijen verklaringen hebben afgelegd die gericht zijn op beëindiging – een perfecte beëindigingsovereenkomst. Toch is de vraag gerechtvaardigd of dit in de gegeven omstandigheden wel de juiste juridische uitkomst is.

De wet in relatie met de gevormde jurisprudentie laat een zeer ingewikkeld stelsel zien waarbij het afhangt van heel veel omstandigheden of de werknemer wel aan zijn verklaring gehouden mag worden.

Ad C. Misbruik van omstandigheden.
Een beëindigingshandeling van de werknemer, wil nog wel eens verricht zijn onder ongeoorloofde druk van de werkgever. In een dergelijk geval kan een beroep worden gedaan op misbruik van omstandigheden, waardoor  de beëindigingshandeling vernietigbaar is. Ook dwang of bedrog kunnen leiden tot vernietiging.

Uw arbeidsrecht advocaat in Breda

Bij Kessels advocaten kunt u terecht voor deskundig advies van onze gespecialiseerde arbeidsrecht advocaten bij vraagstukken over ontslag met wederzijds goedvinden. Wij vinden het belangrijk dat u een goed gevoel heeft bij uw advocaat. Kennismaken is bij ons dan ook altijd gratis. Neemt u dan ook gerust contact op met Frank Kessels of Marjolijn van Alphen.