Bijna 1 jaar Participatiewet: bent u als werkgever al druk bezig met de Banenafspraak en de Quotumregeling? Kessels blogt:

188698040_16feacc18d_zOp 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden. Deze wet komt in de plaats van (onder andere) de Wet Werk en Bijstand. De Participatiewet bevat regels voor bijstandsgerechtigden, zoals strengere arbeidsverplichtingen. Dit alles met het doel deze groep sneller weer aan het werk te helpen. Werkgevers die denken dat zij daar helemaal niets mee van doen hebben, komen mogelijk van een koude kermis thuis. Het kabinet én de sociale partners hebben namelijk bedacht dat ook werkgevers hun steentje zullen moeten bijdragen bij het aan het werk helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Sociaal akkoord
In het sociaal akkoord van 11 april 2013 hebben het kabinet en de sociale partners (werkgevers en werknemers) afspraken gemaakt, die hebben geleid tot de Participatiewet. Daarnaast hebben ze afgesproken dat er extra arbeidsplaatsen moeten worden gecreëerd voor mensen met een arbeidsbeperking en/of afstand tot de arbeidsmarkt en wel door de overheid en de marktsector zelf. In totaal gaat het om 125.000 extra banen die in de periode 2013-2026  gerealiseerd moeten zijn: 100.000 in de marktsector en 25.000 bij de overheid. Dit is de zogenaamde ‘Banenafspraak’.

In het Sociaal Akkoord is ook de zogenaamde ‘Quotumregeling’ opgenomen: een regeling die kan ingaan als de Banenafspraak niet gehaald wordt. Dan worden bepaalde werkgevers gedwongen om met het creëren van banen voor de doelgroep van de Banenafspraak aan de slag te gaan.

Banenafspraak
De Banenafspraak is een vrijwillige afspraak tussen de sociale partners. Zij hebben beloofd om er uit eigen beweging voor te zorgen dat er voor 2026 de beloofde 125.000 extra arbeidsplaatsen bij zijn gekomen. Dit gaat in stappen. Zo is er afgesproken dat er in 2015 landelijk in totaal 6.000 banen voor mensen met een beperking moeten worden gecreëerd in de marktsector. De overheid heeft gezegd in 2015 te zorgen voor 3.000 banen. Over 2016 komen daar voor de marktsector nog eens 8.000 banen bij en voor de overheid 3.500 banen. Dit loopt jaarlijks op, tot uiteindelijk in 2026 het doel van 125.000 moet zijn bereikt.

De wet kent hulpmiddelen om de overheid en marktpartijen te helpen en te begeleiden bij het vinden van mensen uit de juiste doelgroep voor deze banen. Met name het UWV speelt daarbij een rol, onder andere door bij te houden welke mensen behoren tot de doelgroep van de Banenafspraak.

Kort gezegd zijn dat:
1)       mensen die onder de Participatiewet en van wie UWV heeft geoordeeld dat zij niet in staat zijn het wettelijk                       minimumloon (WML) te verdienen
2)      Mensen met een Wsw-indicatie
3)      Wajongers met arbeidsvermogen
4)      Mensen met een Wiw-baan of ID-baan

Een werkgever kan bij het UWV navragen of een potentiële werknemer behoort tot de doelgroep en dus, mocht die werknemer in dienst treden, meetelt voor de Banenafspraak.

De overheid gaat in de gaten houden of het de overheid en de marktsector wel lukt de jaarlijkse toezeggingen conform de Banenafspraak vrijwillig na te komen. Ook daarbij speelt het UWV een belangrijke rol, doordat het UWV gaat vergelijken hoeveel mensen, behorend tot de doelgroep van de Banenafspraak, jaarlijks in een baan aan de slag zijn gegaan.

Op dit moment is er nog geen ‘tussenstand’ voor 2015 bekend en weten we dus nog niet of de Banenafspraak over 2015 zal worden gehaald. Dat wordt pas in 2016 bekend.

Quotumregeling
Wat nu als blijkt dat het doel van de Banenafspraak niet is gehaald? Dan kan de Quotumregeling in werking treden. Dit op zijn vroegst in 2017.

Het doel van de Quotumregeling is hetzelfde als die van de Banenafspraak, met één groot verschil: de Banenafspraak is vrijwillig, de Quotumregeling is een verplichte wettelijke regeling. Ook wordt er bij de Banenafspraak landelijk bekeken of het doel gehaald is, terwijl bij de Quotumregeling op individueel werkgeversniveau wordt bekeken of een werkgever zijn verplichtingen nakomt. Zo niet, dan moet de individuele werkgever daarvan de negatieve financiële consequenties dragen.

Niet alle werkgevers zullen overigens met de Quotumheffing te maken kunnen krijgen: deze geldt alleen voor werkgevers met meer dan 40.575 verloonde uren per jaar. Dat zijn ongeveer 25 werknemers. Voor deze werkgevers wordt, als de Quotumheffing gaat gelden, per jaar bepaald hoeveel procent van het personeelsbestand moet zijn ingevuld door werknemers uit de doelgroep. Heeft de werkgever voldoende werknemers uit de doelgroep in dienst, dan is er niets aan de hand. Maar wordt het percentage door een werkgever niet behaald, dan betaalt de werkgever een heffing van (naar verwachting) € 5.000 per jaar voor iedere niet ingevulde arbeidsplaats.

Het percentage van het personeelsbestand dat moet worden ingevuld door werknemers die binnen de doelgroep vallen, mocht de Quotumregeling in werking treden, is niet bekend. In het regeerakkoord werd nog gesproken over een vast quotum van 5% van het personeelsbestand! Dat vaste percentage is inmiddels van de baan: als de Quotumregeling in werking treedt, zal er jaarlijks worden berekend wat het percentage is. Het percentage is dan mede afhankelijk van de mate waarin werkgevers er niet in zijn geslaagd om de afgesproken aantallen extra banen – op basis van de vrijwillige Banenafspraak – te halen. Naar alle waarschijnlijkheid zal het quotumpercentage enkele procenten gaan bedragen.

Bent u zich als werkgever bewust van de Banenafspraak en bent u er al actief mee bezig? De Banenafspraak legt een collectieve verantwoordelijkheid op alle werkgevers om hun steentje bij te dragen aan het nakomen van de afspraken uit het sociaal akkoord. Wordt die collectieve verantwoordelijkheid niet of onvoldoende opgepakt, dan kan dit via de Quotumregeling vervelende consequenties hebben voor de werkgever, die eerder niets of te weinig ondernam.

Voor vragen over de Participatiewet, of over het arbeidsrecht in zijn algemeenheid, kunt u terecht bij onze arbeidsrechtspecialisten Frank Kessels of Marjolijn van Alphen.

Comments are closed.