Uithuisplaatsing

In bepaalde situaties speelt de ondertoezichtstelling (ots) van kinderen. Dat is aan de orde als Jeugdzorg meent dat de ouder(s) hulp nodig hebben in de vorm van begeleiding. De rechtbank wordt dan gevraagd een kind onder toezicht te stellen. De rechtbank wijst een gezinsvoogd aan, die de ouders ondersteunt. De gezinsvoogd heeft veelvuldig contact en in overleg met de gezinsvoogd worden belangrijke beslissingen over het leven van een kind genomen.

Het is goed mogelijk dat ouders het niet eens zijn met het verzoek om ots. Ook hebben ouders soms andere gedachten bij de wijze waarop de ots door de gezinsvoogd wordt uitgevoerd.

Een verdergaande maatregel is de uithuisplaatsing (uhp) van een kind. In dat geval wordt een kind (nadat de rechter daarvoor toestemming heeft gegeven) in een instelling of een pleeggezin geplaatst. De maatregel wordt eigenlijk altijd voor een bepaalde termijn uitgesproken. Het doel van de uithuisplaatsing is volgens de wet dat op enig moment moet worden gekeken of het kind weer terug kan naar de ouders. Met dat doel zal door de rechtbank ook steeds gekeken worden naar de verlenging van de maatregel. Indien blijkt dat thuisplaatsing definitief niet aan de orde is, kunnen verderstrekkende maatregelen worden onderzoek.

Voor al uw vragen over ondertoezichtststelling en uithuisplaatsing, én de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden kunt u bij onze familierechtadvocaten Mirelle van Berckel en Marjolijn van Alphen terecht.