Hoe voorkom ik dat ik bij faillissement van mijn bedrijf in privé wordt aangesproken? Kessels blogt:

Menig ondernemer wiens bedrijf in nood is zit met de vraag: Hoe voorkom ik dat ik ook in privé aangesproken wordt voor de schulden van mijn bedrijf? Hieronder volgen een aantal simpele
tips die – indien tijdig toegepast – de meest voorkomende problemen kunnen voorkomen.

1.       Zorg dat je onderneemt in een B.V. of N.V.
Aan de beginnende ondernemer wordt vaak geadviseerd om te gaan ondernemen in de vorm van een VOF of een eenmanszaak. Dat is fiscaal vaak prettiger ook omdat er allerlei faciliteiten als een startersaftrek etc. dan beschikbaar zijn. Dat is waar, maar op het moment dat je bedrijf op de fles gaat, ben je ook in privé de sigaar. Bij de eenmanszaak is er in juridisch opzicht geen verschil tussen zakelijk en privé en kunnen de schuldeisers en de curator zich direct verhalen op  privébezittingen. Bij een VOF geldt dat het faillissement van de VOF niet meer automatisch het faillissement van de vennoten betekent, maar in de praktijk ben je wel als vennoot voor alle VOF schulden aansprakelijk. Fiscaal betaal je dus iets meer maar het biedt dan ook iets meer zekerheid. Overigens is dat meer betalen ook betrekkelijk. Wie ca. € 80.000 – € 100.000 of meer per jaar aan winst maakt is fiscaal vaak beter af met een B.V.

2.       Houd je boekhouding bij en deponeer tijdig je jaarstukken
Als je de administratie van de onderneming niet goed bijhoudt dan wel niet tijdig (binnen dertien maanden na einde boekjaar) de jaarrekening deponeert, loop je  een groter risico ook in privé aansprakelijk gehouden te kunnen worden voor de schulden van de B.V.  De wet geeft namelijk de rechtsvermoedens van art. 2:248 lid 2 BW. Daaruit volgt dat indien je te laat deponeert of niet goed de administratie voert, daarmee gegeven is dat je kennelijk onbehoorlijk bestuur hebt gepleegd en vermoed wordt dat dit een belangrijke oorzaak van faillissement is. Tegen dat laatste vermoeden is wel tegenbewijs mogelijk, maar je staat als ondernemer wel met 2-0 achter. Maak het jezelf dus niet moeilijk en zorg dat alles op tijd gedeponeerd wordt en de boekhouding is bijgewerkt.

3.       Meld tijdig betalingsonmacht bij de fiscus
Mensen die financieel krap zitten en niet alle schuldeisers kunnen voldoen kiezen er vaak voor om dan maar degene die het hardst roept als eerste te voldoen. Dat is meestal niet de fiscus. Deze vordering blijft dan open staan en als dan eenmaal het moment daar komt dat een faillissement niet meer te vermijden is, dan staat er dus een flinke belastingschuld ten laste van de vennootschap open. Dat gaat een probleem geven. Indien namelijk niet tijdig – namelijk lopende de betaaltermijn die gekoppeld is aan een belastingaanslag – een melding betalingsonmacht wordt gedaan, is de bestuurder van de vennootschap rechtstreeks richting de fiscus aansprakelijk voor de niet voldane aanslagen. Betaal dus vooral de fiscus wel of meld tijdig dat betaling er niet in zit. Met de fiscus zijn vaak regelingen te treffen, mits je tijdig meldt en open kaart speelt. Wie te laat is met zijn melding neemt onnodige risico’s. De fiscus heeft standaardformulieren waarmee de betalingsonmacht te melden is. Deze vind je ook via de site van de fiscus. Gebruik deze tijdig en voorkom privé-aansprakelijkheden.

4.       Let op je rekening courant verhoudingen
Er zijn ondernemers die de zakelijke bankrekening zien als het verlengde van de privé bankrekening en als dat zo uitkomt ook de zakelijk bankrekening gebruiken om privé uitgaven te voldoen. Dit heeft op korte termijn het bijkomende voordeel dat je zo geld uit je onderneming kan opnemen zonder dat daar belasting over afgedragen hoeft te worden. Ook dit is risicovol. Op het moment dat de onderneming failliet gaat, zal een curator indien er zo een rekening-courant vordering op de bestuurder openstaat de eerste zijn om zich te melden met het vriendelijke doch dringende verzoek om alles subiet te betalen. Dan blijkt er ineens niet langer sprake te zijn van een broekzak-vestzak situatie en moet er afbetaald worden. Daarnaast is er dan de aanzienlijke kans dat de fiscus de zo over de jaren opgenomen gelden ziet als verkapt inkomen en alsnog daarover belasting gaat heffen met eventuele boetes en naheffingen. Dan wordt goedkoop ineens duurkoop.

Neem je toch meer op dan loon of managementfee, dan kunt je indien de onderneming voldoende winstgevend is het teveel aan opgenomen gelden recht trekken met een dividend uitkering waarbij het uit te keren bedrag verrekend wordt met hetgeen je al aan opnames in rekening-courant hebt gedaan. Als de vooruitzichten minder zijn, is dit geen optie meer. De uitkeringstoets van art. 2:216 lid 3 BW staat dan aan uitkering als dividend in de weg. Ook hier geldt dus: repareer het dak als het nog droog is.

Het beste is dus om zakelijk en privé gescheiden te houden en niet meer op te nemen uit de vennootschap dan het overeengekomen loon. Dat voorkomt veel ellende.

Dit zijn uiteraard slechts een paar tips over hoe problemen met privé aansprakelijkheden te voorkomen. De meest voorkomende problemen zijn zo te ondervangen. Uiteraard is dit niet het hele verhaal. Er is meer. Wil je meer weten? Bel of mail gerust naar mij, Arjan van der Knijff via knijff@kesselsadvocaten.nl of 076-5253535. Ik sta je graag te woord.

Comments are closed.