Joint venture: wat als de samenwerking spaak loopt (tegenstrijdig belang)?

Een samenwerking wordt aangegaan omdat men ervan overtuigd is dat alle deelnemers daar voordeel van zullen. In veel gevallen wordt het succes gerealiseerd, maar soms ook niet. Op het moment dat zaken anders uitpakken dan voorzien, wordt de samenwerking op proef gesteld. Voor die gevallen loont het om vooraf bepaald te hebben hoe om te gaan met een verschil van inzicht.

De samenwerking (bijvoorbeeld in de vorm van een besloten vennootschap) wordt vertegenwoordigd door het bestuur. Daarnaast kan bepaald worden dat:

  1. Iedere bestuurder (al dan niet met een bepaalde titel, zoals die van algemeen directeur) afzonderlijk bevoegd is om de samenwerking te vertegenwoordigen: of
  2. twee gezamenlijk handelende bestuurders.

Wat als er een verschil van inzicht is tussen twee bestuurders? Bijvoorbeeld omdat ieder van hen door een andere deelnemer aan de joint venture is aangesteld en (dus) voor diens belangen staat. In het geval iedere bestuurder afzonderlijk bevoegd is de samenwerking te vertegenwoordigen dan kan de samenwerking verschillende kanten opgaan. In het geval van gezamenlijke bevoegdheid ontstaat er een impasse omdat de ene bestuurder de samenwerking niet met de andere bestuurder zal willen vertegenwoordigen. Dit kan eenvoudig opgelost worden door een bestuurder te ontslaan maar dan moeten de statuten dat wel mogelijk maken (bepalend is dan welke meerderheid nodig is) maar moet hetzelfde probleem niet ontstaan door de wijze waarop een nieuwe bestuurder wordt aangesteld. Partijen trachten dit soort gevallen te ondervangen door bepaalde bestuursbesluiten afhankelijk te stellen van de voorafgaande goedkeuring van de aandeelhouders. Helaas biedt dit in beginsel geen soelaas omdat zulks slechts een interne aangelegenheid is die geen afbreuk doet aan de mogelijkheid van de bestuurders de samenwerking rechtsgeldig te vertegenwoordigen.

In het geval van een verschil in inzicht komt al snel een tegenstrijdig belang van bestuurders om de hoek kijken. Dit doet in beginsel ook geen afbreuk aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuurders zodat de zelfstandig bevoegde bestuurder de samenwerking kan binden. Wat als de andere bestuurder (bij gezamenlijke bevoegdheid) onwillig is? Dan houdt het in beginsel op. Een escape is om middels een bestuursbesluit te bepalen dat een bestuurder bevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen. Als de andere bestuurder vanwege tegenstrijdig belang niet mag deelnemen aan de besluitvorming, kan de ene bestuurder besluiten dat de vennootschap een bepaalde actie onderneemt.

Een betere mogelijkheid voor beide gevallen (afzonderlijke en gezamenlijke bevoegdheid) is om in de statuten op te nemen dat een bestuurder met een tegenstrijdig belang belet is. Daardoor vervalt zijn bevoegdheid de samenwerking te vertegenwoordigen en doet hij dat toch, dan is er sprake van onbevoegde vertegenwoordiging en is de samenwerking niet gebonden.

Conclusie
Overeenkomsten (zoals ook statuten) worden opgesteld om een regeling te treffen die tot een oplossing leidt voor gevallen waarin partijen dat onderling niet lukt.  Door de ervaring van de gespecialiseerde ondernemingsrecht advocaten van Kessels Advocaten kunnen zij u aangeven waar de gevolgen van een verschil van inzicht zich manifesteren zodat de te maken afspraken zich daarop kunnen concentreren. Zo sta ik u graag bij met het opstellen van aandeelhoudersovereenkomsten of akten voor een commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma.

Marco den Otter
https://kesselsadvocaten.nl/advocaten/m-h-marco-den-otter/

Share this article

Comments are closed.