Tijdsdruk bij renteswap? Kessels blogt

De Telegraaf wijst ondernemers in oktober 2014 ten onrechte op de tijdsdruk om in actie te komen tegen het door de bank in rekening brengen van kosten voor de tussentijdse beëindiging van renteswaps.

Wat is een renteswap?
Een renteswap is een overeenkomst waar een bank een ondernemer de mogelijkheid biedt om variabele rente te ruilen (swappen) tegen een vaste rente. Op deze wijze heeft de ondernemer zekerheid, hij betaalt immers een vast in plaats van variabel bedrag. De swap kan echter voor de ondernemer een negatieve waarde hebben als de variabele rente lager is dan de vaste rente. Wanneer een ondernemer de renteswapovereenkomst in dat geval tussentijds wil beëindigen, omdat hij bijvoorbeeld emigreert of wil overstappen naar een andere bank, vordert de bank een afkoopsom. Door de tussentijdse beëindiging lijden zij schade, welke zij in de vorm van een afkoopsom vergoed willen zien. Deze mogelijkheid is door de bank bedongen in de renteswapovereenkomst.

Er zijn meerdere procedures gevoerd waarbij tegen de afkoopsom wordt opgekomen. Ondernemers hebben getracht de renteswapovereenkomst te vernietigen door een beroep te doen op dwaling. Zij beriepen zich op vernietiging van de overeenkomst omdat zij geen juiste voorstelling van zaken hadden. Ondernemers stelden dat de bank hen niet volledig heeft geïnformeerd, dat zij daardoor geen juiste voorstelling van zaken hadden en dat de bank had moeten begrijpen dat de ondernemer de overeenkomst niet zou hebben gesloten wanneer hij wel een juiste voorstelling van zaken zou hebben gehad. De mogelijkheid om een overeenkomst op grond van dwaling te vernietigen verjaart drie jaar nadat de ondernemer ermee bekend is geworden dat hij gedwaald heeft. Om deze reden heeft De Telegraaf geadviseerd tijdig in actie te komen.

In juni en oktober 2014 heeft de rechter bepaald dat de mogelijkheid om de renteswapovereenkomst op grond van dwaling te vernietigen niet bestaat. De renteswapovereenkomst bevat een clausule die het vorderen van de negatieve waarde bij tussentijdse beëindiging mogelijk maakt. Er is dus geen sprake van een onjuiste voorstelling van zaken door de bank; de ondernemer had bekend moeten zijn met inhoud van de overeenkomst.

Bijzondere zorgplicht
Staat de ondernemer dan machteloos? Het antwoord is nee! Banken hebben een bijzondere zorgplicht. Dit houdt in dat zij zich ervan moeten vergewissen dat hun klanten de producten die zij afnemen begrijpen en dat zij zich daadwerkelijk bewust zijn van de daaraan verbonden risico’s. Omdat een renteswap volgens de rechter een complex financieel product is, kan van de bank verwacht worden dat zij een stapje extra doet om zich ervan te vergewissen dat de klant zich daadwerkelijk van deze negatieve gevolgen bewust is. Door niet voldoende op de risico’s van de renteswap te wijzen, heeft de bank haar zorgplicht geschonden en onrechtmatig gehandeld jegens de ondernemer. Om deze reden kan de bank de afkoopsom niet vorderen.

Het beroep op de schending van de zorgplicht van de bank verjaart niet drie jaar nadat de ondernemer ontdekt dat de zaken anders zijn dan hij dacht. Op het moment dat de ondernemer bekend raakt met schade als gevolg van het handelen van de bank vangt een verjaringstermijn van vijf jaar aan. Dit zal veelal het moment zijn dat de bank de afkoopsom vordert. De tijdsdruk die De Telegraaf in haar artikel meldt, speelt hier dan ook in veel mindere mate een rol.

De soep wordt dus minder heet gegeten dan dat hij wordt opgediend.

Mr. Alexander Gras

Comments are closed.