Kessels blogt: steeds vaker een bijzonder curator in jeugdzaken?

foto: www.flickr.com

foto: www.flickr.com

Procedures in familiezaken die betrekking hebben op kinderen, zoals de vaststelling van het hoofdverblijf of een omgangsregeling, worden vrijwel altijd gevoerd tussen de ouders van de kinderen. Zij zijn als wettelijk vertegenwoordigers namelijk verantwoordelijk voor het maken van afspraken over deze onderwerpen. Komen de ouders daar samen niet aan uit, dan zullen zij veelal de rechtbank benaderen, die dan voor hen een knoop moet doorhakken.

Kinderen van 12 jaar en ouder hebben het recht om in deze procedures te worden gehoord. De procedure gaat ten slotte over hen en een kind van 12 jaar of ouder wordt geacht zelf een mening te kunnen vormen over het geschil tussen de ouders. Het kind krijgt dan, als één van de ouders een verzoekschrift heeft ingediend, een uitnodiging van de kinderrechter om eens langs te komen voor een zogenaamd minderjarigenverhoor. Ook mogen de kinderen, als zij dat liever willen, een brief schrijven aan de kinderrechter. De rechtbank zal later, bij het nemen van de beslissing over het geschil tussen de ouders, rekening houden met wat de minderjarige tijdens het verhoor gezegd heeft, maar doorslaggevend is dit niet.

In de praktijk is gebleken dat het minderjarigenverhoor nogal eens onvoldoende is om kinderen een stem te geven in de procedure. Het verhoor is namelijk maar een kort contactmoment met de rechter, dat meestal plaatsvindt nog voordat de ouders zelf bij de rechtbank zijn geweest voor de mondelinge behandeling.

Dit is zeker het geval als blijkt één van de ouders, of soms zelfs allebei, zich zo verliezen in het conflict met de andere ouder, dat daarbij het belang van het kind naar de achtergrond verdwijnt. Daarbij kan gedacht worden aan een vechtscheiding, maar ook aan een geschil over omgang of hoofdverblijfplaats dat na de echtscheiding opkomt. Bij een dergelijk diepgaand geschil tussen de ouders, komt het minderjarige kind tussen de ouders in te staan. Bovendien raakt in de verhitte discussies die ontstaan tussen de ouders, makkelijk ondergesneeuwd wat nu eigenlijk het beste is voor de minderjarige. Het minderjarigenverhoor, voorafgaand aan de zitting, is dan niet genoeg om er achter te komen, wat nu in het belang van de minderjarige is.

In juli 2012 heeft de Kinderombudsman een rapport uitgebracht over de zogenaamde bijzonder curator. Als er sprake is van een conflict over de verzorging of opvoeding van een minderjarige, kan op basis van de wet een zogenaamde bijzonder curator worden benoemd. De bijzonder curator komt op voor de belangen van de minderjarige en wordt benoemd op initiatief van één van de partijen, of de rechter kan daar ambtshalve toe overgaan. De Kinderombudsman kwam in het rapport tot de conclusie dat het instrument van de bijzonder curator bij uitstek een geschikte manier is om kinderen een stem te geven in procedures zoals vechtscheidingen of ingewikkelde procedures over omgang, maar dat het in de praktijk te weinig werd gebruikt. Het rapport van de Ombudsman heeft effect gehad: in de praktijk is te zien dat rechters steeds vaker een bijzonder curator benoemen om de belangen van een minderjarig kind in complexe procedures te behartigen.

Als een bijzonder curator benoemd wordt, gaat deze praten met de minderjarige en met de beide ouders. Vervolgens brengt de bijzonder curator een verslag uit aan de rechtbank. In dit verslag staat centraal wat in de visie van de bijzonder curator het meest in het belang van de minderjarige is.

De rechtbank benoemt meestal een advocaat tot bijzonder curator. Met ingang van 1 januari 2015 is de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een proef gestart, waarbij in problematische echtscheidings-, gezags- en omgangskwesties niet langer een advocaat tot bijzonder curator wordt benoemd, maar een psycholoog of orthopedagoog. Oftewel: een gedragsdeskundige in plaats van een jurist. De rechtbank wil in deze proef, die ongeveer anderhalf jaar zal gaan duren, bekijken of de aanpak van een psycholoog of orthopedagoog effectiever is dan de aanpak van een advocaat. Dit vanuit de gedachte dat een psycholoog of orthopedagoog, vanuit de achtergrond van gedragsdeskundige, de ouders effectiever inzicht kan geven in hun gedrag en de effecten daarvan op hun kind. Het is de bedoeling dat er niet alleen wordt gekeken naar wat er nu in het belang is van de minderjarige, maar dat er tegelijkertijd een verandering teweeg kan worden gebracht in de onderlinge verhouding tussen de ouders.

De familierechtspecialisten van Kessels Advocaten volgen de ontwikkelingen over de bijzonder curator op de voet. Wilt u meer weten over de positie van de bijzonder curator in een procedure, neemt u dan gerust contact met ons op.

Marjolijn van Alphen

Comments are closed.