Kessels Blogt: Vennoot aansprakelijk voor schulden van CV/VOF

Foto: René Gademann (www.flickr.com)

Foto: René Gademann (www.flickr.com)

De wet bepaalt dat beherend vennoten van een commanditaire vennootschap (“CV”) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de CV. Dezelfde bepaling geldt voor de vennoten van een vennootschap onder firma (“VOF”). Wanneer tijdens het bestaan van de CV/VOF de (beherend) vennoot wijzigde, werd algemeen aangenomen dat de nieuwe (beherend) vennoot niet aansprakelijk was voor de schulden die ontstaan waren voor de periode van diens aantreden. Dit blijkt een onjuiste opvatting te zijn.

De wet bepaalt dat ieder der vennoten hoofdelijk verbonden is met de CV/VOF voor de schulden van de CV/VOF. Daarin wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen schulden die zijn ontstaan voor of nadat een (beherend) vennoot is aangetreden. De bedoeling van de desbetreffende wetsbepalingen zijn dat de hoofdelijkheid van de vennoten alle schulden betreft die bestonden op het moment dat zij vennoot werden of nadien zijn ontstaan. Deze wetsbepalingen bedoelen namelijk de schuldeisers van een CV/VOF te beschermen in een situatie waarin het vermogen van de CV/VOF niet voldoende is om de schulden van de CV/VOF te voldoen. Zij kunnen zich dan ook verhalen op het vermogen van de (beherend) vennoten zelf.

Voor zover het de CV betreft komt deze uitleg overeen met de aansprakelijkheid van de commanditaire (stille) vennoot voor de schulden van de CV. Deze is in principe beperkt tot het bedrag dat hij in de CV inbrengt. Indien de commanditaire (stille) vennoot niet “stil” is, maar zich actief bezig houdt met het beheer van de CV, is hij hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de CV. Deze aansprakelijkheid beperkt zich ook niet tot de schulden die zijn ontstaan voordat hij in strijd met het beheersverbod handelde.

Gezegd kan worden dat de bestaande schuldeisers van de CV/VOF met de toetreding van een nieuwe vennoot een verhaalsmogelijkheid erbij krijgen. Op dat moment kunnen zij namelijk zowel de oude als de nieuwe toegetreden vennoot aanspreken voor de schulden van de CV/VOF. In de uitspraak van 13 maart 2015 ziet de Hoge Raad daarvoor een goede reden. Namelijk dat daarmee de rechtszekerheid is gediend. De schuldeisers hoeven dan immers geen onderzoek te doen naar het moment waarop de schulden van de CV/VOF zijn ontstaan met het oog op de vraag welke vennoot of vennoten daarvoor kan of kunnen worden aangesproken. Dat onderzoek kan dan achterwege blijven.

Voor wat de belangen betreft van degene die als (beherend) vennoot willen toetreden tot een bestaande CV/VOF, in hun belangen wordt in voldoende mate tegemoet gekomen. Zij kunnen overeenkomen dat zij inzage krijgen in de schuldenpositie van de CV/VOF zodat zij daar zelf onderzoek naar kunnen doen. Bovendien kunnen zij overeenkomen dat hen door de overige vennoten wordt gegarandeerd dat zij instaan voor de schulden die bestaan op moment van toetreding van de nieuwe (beherend) vennoot.

Opgemerkt moet worden dat de regeling met betrekking tot de maatschap anders is dan die van de CV/VOF. De vennoten in een maatschap binden namelijk in principe zich zelf. Is de gehele maatschap gebonden, dan zijn de maten niet hoofdelijk maar ieder voor een gelijk deel aansprakelijk. De door de Hoge Raad geformuleerde regels met betrekking tot de aansprakelijkheid van maten die lid zijn van een maatschap, zijn dus niet van invloed voor het geval het om een CV/VOF gaat omdat de (beherend) vennoten wel hoofdelijk verbonden zijn.

Als u als beherend vennoot wenst toe te treden tot een bestaande CV of als vennoot tot een bestaande VOF is het dus van belang dat u de vermogenspositie van de CV/VOF nagaat. Dus welke schulden zij heeft en in welke mate zij in staat is die te voldoen. Daarnaast kan het goed zijn dat u van de overige/vertrekkende vennoten bedingt dat zij instaan voor de schulden zoals die bestaan op het moment dat u toetreedt. Indien u vragen hierover heeft, dan kunnen de specialisten van Kessels Advocaten u met deze vraagstukken verder helpen.

Comments are closed.