Werkgever: uw werknemer moet de schoolbanken in! Kessels blogt

Het is al veel in het nieuws geweest: de wijzigingen in het ontslagrecht die per 1 januari 2015 zijn ingevoerd én de wijzigingen die er per 1 juli 2015 aan zitten te komen. Wat daarbij een beetje onderbelicht is gebleven, is de introductie van de zogenaamde scholingsverplichting per 1 juli 2015.

Wat houdt de scholingsverplichting in?
Per 1 juli 2015 staat in de wet (artikel 7:611a BW) dat een werkgever zijn werknemers in staat moet stellen om de scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie. De wetgever ziet het aanbieden van scholing als een plicht die iedere werkgever heeft. Dit omdat werknemers tegenwoordig langer doorwerken en werknemers in de moderne arbeidsmarkt nu eenmaal hun hele leven moeten blijven leren. Nog maar weinig werknemers werken tegenwoordig hun hele leven bij dezelfde werkgever en wisseling van baan wordt makkelijker als een werknemer geschoold is. Bovendien is een goed opgeleide bevolking goed voor de economie, zo blijkt uit allerlei onderzoeken.

In de wet staat echter niet wat een werkgever nu precies moet doen om aan de scholingsverplichting te voldoen. Ook de wetgever heeft daar niets over gezegd. Er wordt aangenomen dat de redelijkheid de scholingsverplichting verder zal invullen.

De gevolgen van het niet-nakomen van de scholingsverplichting
Goed opgeleid en kundig personeel is in bijna iedere onderneming onmisbaar. De meeste werkgevers realiseren zich dat ook. Maar wat nu als een werkgever besluit de scholingsverplichting te negeren, of er niet genoeg mee te doen? Dit kan serieuze consequenties hebben! De scholingsverplichting is namelijk ook gekoppeld aan een ontslag, gegrond op disfunctioneren. Een werkgever mag een werknemer niet ontslaan vanwege disfunctioneren, als blijkt dat het niet goed functioneren van de werknemer een gevolg is van het niet nakomen van de scholingsverplichting. Anders gezegd: een werkgever die niets, of onvoldoende heeft gedaan met de scholingsverplichting, maar wel een werknemer wil ontslaan omdat die niet goed zou functioneren, heeft een groot probleem! De verwachting bestaat dat kantonrechters na 1 juli 2015 niet bereid zullen zijn om de arbeidsovereenkomst in zo’n geval te ontbinden.

Daarnaast kan een werkgever met ingang van 1 juli 2015 in alle andere gevallen waarin hij een einde van het dienstverband nastreeft, zoals bijvoorbeeld vanwege bedrijfseconomische redenen, ontslag na twee jaar ziekte of bij een verstoring in de verhoudingen, deze beëindiging alleen bereiken als de werknemer niet binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere functie binnen het bedrijf kan worden herplaatst. Oftewel: een werknemer heeft niet alleen recht op scholing voor wat betreft de eigen functie. Ook als een werknemer de eigen functie niet meer kan uitoefenen, heeft hij het recht op (om)scholing, zodat hij kan worden herplaatst, dit voor zover dat in redelijkheid van de werkgever kan worden verlangd.

Kortom: scholing wordt van groot belang per 1 juli 2015. De werknemers moeten echt de schoolbanken in.

Tip
Investeren in scholing van het personeel is per 1 juli 2015 gewoonweg onontkoombaar. Zorg er voor dat werknemers binnen redelijke grenzen de scholing kunnen volgen die nodig is voor hun functie. Let er op dat de scholing die door de werknemers wordt gevolgd, goed wordt vastgelegd in de personeelsdossiers. Mocht er een discussie ontstaan, bijvoorbeeld in het kader van een ontslag vanwege disfunctioneren, dan kan op die manier eenvoudig worden aangetoond welke inspanningen en investeringen de werkgever op dit vlak heeft gedaan.

Vragen over de scholingsverplichting of over de andere aspecten van het nieuwe ontslagrecht? Frank Kessels en Marjolijn van Alphen staan u graag vrijblijvend te woord.

Comments are closed.