projectvennootschap
;
by Marco den Otter

Moedervennootschap aansprakelijk voor schulden dochter

Hoofdregel is dat een vennootschap aansprakelijk is voor haar eigen schulden. Een uitzondering daarop is bijvoorbeeld bij bestuurdersaansprakelijkheid wanneer een vennootschap bestuurder is van een andere vennootschap.

In een weinig gepubliceerde uitspraak van de Hoge Raad van 24 maart 2017 wordt de moeder/bestuurder van een door haar opgerichte projectvennootschap (ook wel: special purpose vehicle) aansprakelijk gehouden voor de schade ontstaan doordat die projectvennootschap een door haar gekocht onroerend goed ten onrechte niet afneemt.

De dochter is in 2004 een overeenkomst aangegaan voor de koop van kantoorruimte. Zij heeft van die koop afgezien door de overeenkomst te ontbinden toen bleek dat de kosten van het meerwerk te hoog opliepen. Deze ontbinding werd echter door de rechter onrechtmatig bevonden. De verkoper spreekt niet alleen de koper aan maar ook diens enig aandeelhouder en bestuurder wegens de onrechtmatige ontbinding. Het Hof wijst de vordering toe en de Hoge Raad laat die uitspraak in stand. Volgens de Hoge Raad treft de moeder immers een ernstig verwijt. Op de bestuurder/enig aandeelhouder die gebruik maakt van een lege projectvennootschap voor de aankoop van een onroerend goed, omvat volgens de Hoge Raad (samengevat) niet alleen (i) de verplichting om die dochter voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen tot de aankoop daarvan, maar ook (ii) tot vergoeding van schade die de verkoper lijdt bij een eventuele onrechtmatige ontbinding van de overeenkomst. Nu de moeder de dochter niet van de noodzakelijke financiële middelen heeft voorzien om de schade van de verkoper te vergoeden, handelt de moedervennootschap onrechtmatig jegens de verkoper. Daardoor is zij gehouden de verkoper schadeloos te stellen.

Wie in het handelsverkeer met een onvoldoende gefinancierde vennootschap een onevenredig verhaalsrisico voor een derde schept, loopt het risico zelf voor de schade van die derde te moeten opdraaien. Het is daarom van belang dat de moedervennootschap vooraf de juiste afwegingen op de juiste gronden maakt wanneer zij als bestuurder van een dochtervennootschap besluit een overeenkomst met een derde niet na te komen. De advocaten van Kessels Advocaten kunnen hierover het juiste advies geven.

Share this article

Comments are closed.