Waar de VAR per 1 mei 2016 verdwijnt en de modelovereenkomst verschijnt: tips voor de praktijk Kessels blogt:

7154648206_c80b386754_n

foto: elizabethsmith2013 (www.flickr.com)

Per 1 mei 2016 treedt de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) in werking. Deze wet vervangt de regelgeving omtrent de VAR-verklaring (Verklaring arbeidsrelatie). Wat verandert er en hoe kunt u, als onderneming die met zzp-ers werkt, daar zoveel mogelijk op inspelen?

 

Schijnzelfstandige
In het fiscale recht en in het arbeidsrecht wordt onderscheid gemaakt tussen werknemers en zzp-ers/zelfstandigen. Dit onderscheid is onder meer relevant voor de vraag wie er verantwoordelijk is voor de afdracht van belastingen, maar ook voor de mate waarin de werknemer/zzp-er wordt beschermd. Of er sprake is van een werknemer (met een arbeidsovereenkomst) of van een zelfstandige (die dus niet werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst), wordt bepaald door de afspraken die partijen maken én de feitelijke omstandigheden.

De afgelopen jaren is gebleken dat er veel schijnzelfstandigen zijn: zelfstandigen die geen arbeidsovereenkomst zijn aangegaan met hun opdrachtgever, terwijl zij in de praktijk eigenlijk toch alle kenmerken van een werknemer hebben. Voor de opdrachtgever konden daardoor problemen ontstaan: de Belastingdienst kon met naheffingen en boetes komen, omdat er ten onrechte geen belastingen en premies waren afgedragen. Ook de zelfstandige kon met vervelende fiscale gevolgen worden geconfronteerd. En in sommige gevallen kon de zelfstandige zelfs met succes stellen dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst met de opdrachtgever/werkgever, met alle gevolgen van dien.

De VAR verdwijnt…
De VAR is destijds ingevoerd omdat er in de praktijk de behoefte bestond om vooraf duidelijkheid te krijgen over de status van de zelfstandige. De Belastingdienst beoordeelde op aanvraag van de zelfstandige of er sprake was van een ‘echte’ zelfstandige. Zo ja, dan werd er een VAR afgegeven en was de opdrachtgever vervolgens gevrijwaard voor claims vanuit de Belastingdienst.

In de praktijk bleek echter dat een VAR vrij gemakkelijk werd afgegeven en dat de VAR geen bescherming bood aan de schijnzelfstandigen: ook zij kregen zonder al te veel moeite een VAR, maar verschilden in feitelijke zin nauwelijks van werknemers. Dit terwijl zij als zelfstandigen buiten het sociale zekerheidsrecht vielen en ook niet de rechtsbescherming genoten die een werknemer wel heeft. Bovendien kon de Belastingdienst vanwege de VAR niet aankloppen bij de opdrachtgevers. Het systeem van de VAR gaat daarom per 1 mei 2016 op de schop en wordt vervangen door de Wet DBA.

En de modelovereenkomst verschijnt…
Op basis van de Wet DBA moeten opdrachtgevers en zelfstandigen aan de hand van de tussen hen gesloten overeenkomst aantonen dat de zelfstandige ook echt zelfstandig is. Het systeem van het verstrekken van een verklaring vooraf aan de zelfstandige, verdwijnt dus.

Wel biedt de Belastingdienst op internet model- en voorbeeldovereenkomsten aan, die partijen kunnen gebruiken. Deze overeenkomsten voldoen aan de eisen. Maar er is bij het gebruik van een modelovereenkomst dus geen toetsing vooraf van de status van de samenwerking in een concreet geval.

Daarnaast is het mogelijk om een overeenkomst vooraf voor te leggen aan de Belastingdienst, om zo uitsluitsel te krijgen over de vraag of er in de ogen van de Belastingdienst al dan niet toch sprake is van een verkapt dienstverband. Het voorleggen van overeenkomsten kan in individuele gevallen, maar kan ook per sector gebeuren. Via deze weg is er dus wel een toetsing vooraf.

Partijen zijn overigens niet verplicht om een modelovereenkomst te gebruiken, of de overeenkomst vooraf te laten toetsen. Zij zullen dan zelf moeten bepalen of er sprake is van een verkapt dienstverband of niet.

In alle gevallen is het wel van belang dat wat partijen op papier hebben gezet over de manier waarop de samenwerking invulling krijgt, in de praktijk ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Naar dat laatste kijkt de Belastingdienst bij de handhaving van de Wet DBA namelijk ook. Partijen zijn dus niet ‘veilig’ als zij weliswaar een modelovereenkomst van de Belastingdienst gebruiken of de overeenkomst preventief hebben laten toetsen, maar er in de praktische uitvoering van die overeenkomst, toch sprake is van een (verkapt) dienstverband. Dan zal de Belastingdienst alsnog tot naheffing en/of boete bij de opdrachtgever over kunnen gaan.

Overgangsperiode
Tot 1 mei 2017 geldt er een implementatietermijn. In die periode kunnen ondernemers en zelfstandigen hun werkwijze aanpassen. De Belastingdienst zal tot 1 mei 2017 soepel en terughoudend omgaan met de handhaving van de nieuwe wet. Er is uiteraard wel toezicht en de Belastingdienst verwacht dat partijen zich aan de nieuwe regels houden, maar de Belastingdienst zal ook voorlichting geven en de helpende hand bieden.

Tips voor de praktijk
Er zijn op dit moment nog veel onduidelijkheden omtrent de praktische uitvoering van de Wet DBA. Hoe gaat de Belastingdienst om met de controles? In hoeverre is het een probleem als partijen besluiten op enkele punten af te wijken van de tekst van één van de modelovereenkomsten van de Belastingdienst? En hoe strikt wordt er gekeken naar de feitelijke uitvoering van de afspraken zoals partijen die op papier hebben gezet? Dit is nog niet bekend. En dat maakt het best lastig, zeker omdat de consequenties voor de onderneming die met zelfstandigen werkt, groot kunnen zijn.

Een goed begin is om de interne procedures omtrent het werken met zelfstandigen op orde te hebben. Bepaal wie er binnen de organisatie verantwoordelijk is voor de contracten met de zelfstandigen en maak dit binnen de organisatie goed duidelijk. Bekijk of één van de modelovereenkomsten van de Belastingdienst, geschikt is om als standaard te dienen. Zo niet, zorg dan voor een vooraf door de Belastingdienst getoetste overeenkomst, die als standaard kan worden gebruikt. Maak aan de verantwoordelijke personen duidelijk dat het naar wens aanpassen van de te gebruiken modellen, niet de bedoeling is en zeer vervelende consequenties kan hebben. Als in een concreet geval afwijking van het model nodig is, laat dan eerst toetsen wat daarvan, gelet op de Wet DBA, de gevolgen (kunnen) zijn.

De volgende stap is het goed in de gaten houden dat de afspraken zoals die zijn opgenomen in de overeenkomst, in de praktijk ook daadwerkelijk worden nagekomen. Is dat niet het geval en wordt er feitelijk gehandeld alsof de zelfstandige een werknemer is, dan kan dit voor problemen zorgen. Instrueer de personen die met de zelfstandigen werken dus goed over de gemaakte afspraken. Zorg indien nodig ook voor een periodieke check: loopt alles nog volgens het contract of wordt er toch afgeweken? Zorg indien aan de orde voor bijsturing.

Voor vragen over de Wet DBA, of over het arbeidsrecht in zijn algemeenheid, kunt u terecht bij onze arbeidsrechtspecialisten Frank Kessels of Marjolijn van Alphen.

Comments are closed.