Verval van vakantiedagen: de werkgever heeft een inspanningsplicht!

Op 6 november 2018 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie een uitspraak over het verval van vakantiedagen en de verplichtingen die daarbij op een werkgever rusten. Dit is een belangrijke uitspraak, omdat het Hof van Justitie namelijk heeft bepaald dat op een werkgever in dit verband bepaalde verplichtingen rusten.

Sinds 1 januari 2012 geldt op basis van de wet dat de wettelijke vakantiedagen komen te vervallen, als zij een half jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd, door de werknemer niet zijn opgenomen. Met de wettelijke vakantiedagen worden de vakantiedagen bedoeld die iedere werknemer op basis van de wet jaarlijks minimaal opbouwt, namelijk vier keer de arbeidsduur per week, oftewel 4 werkweken per jaar. Als een werknemer de wettelijke vakantiedagen over (bijvoorbeeld) het jaar 2018 op 1 juli 2019 nog niet of niet geheel heeft opgenomen, komen deze nog openstaande dagen op basis van de wet definitief te vervallen, zonder dat de werknemer daarvoor hoeft te worden gecompenseerd.

Voor wat betreft de bovenwettelijke vakantiedagen, oftewel de vakantiedagen waarop een werknemer recht heeft boven de 4 werkweken per jaar, geldt overigens een ander regime. Deze dagen vervallen niet na een half jaar, maar verjaren na vijf jaren.

Vw Camper, Volkswagen, Vw, Auto

Terug naar de uitspraak van het Hof van Justitie. Wat was er aan de hand? Een werknemer ging na een jarenlang dienstverband uit dienst bij zijn werkgever. Er stonden op dat moment nog 51 vakantiedagen open. De werknemer vroeg de werkgever deze dagen in het kader van de eindafrekening aan hem uit te betalen, maar de werkgever wilde dat niet, omdat een deel van de dagen was komen te vervallen, aangezien de wettelijke vervaltermijn was verstreken. De werknemer vond dat niet terecht, omdat hij door de werkgever nooit daadwerkelijk in de gelegenheid was gesteld om de vakantiedagen op te nemen. De werkgever gaf aan dat het de eigen verantwoordelijkheid was van de werknemer om dit in de gaten te houden en dat, nu hij dat niet had gedaan, de dagen vervallen waren.

Het Hof van Justitie oordeelt dat het van groot belang is dat een werknemer daadwerkelijk in de gelegenheid is gesteld om de (wettelijke) vakantiedagen op te nemen. De werknemer wordt daarbij tegenover de werkgever gezien als de zwakkere partij, wat tot gevolg kan hebben dat de werknemer tegenover de werkgever zijn recht op vakantie niet uitdrukkelijk durft te doen gelden, bijvoorbeeld vanwege een hoge werkdruk. Om die reden mag volgens het Hof van Justitie de verantwoordelijkheid voor het daadwerkelijk opnemen van de (wettelijke) vakantiedagen, niet volledig bij de werknemer worden weggelegd. Op de werkgever rust de plicht om er concreet en in alle openheid voor te zorgen dat een werknemer daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om zijn vakantiedagen op te nemen. Daarbij moet de werkgever de werknemer er zo nodig zelfs formeel toe aanzetten om de dagen op te nemen, om te voorkomen dat de dagen op een later moment komen te vervallen. De werkgever moet daarbij volgens het Hof van Justitie de werknemer ook tijdig van alle informatie voorzien, zodat de werknemer de vakantie in alle rust en ontspanning kan opnemen.

Kortom: op basis van deze uitspraak wordt van werkgevers het nodige verwacht. Een werkgever kan niet achterover leunen, maar moet proactief zijn. Zorg er daarom voor dat er periodiek overleg wordt gevoerd met de werknemer, om te bekijken wat het openstaande saldo aan vakantiedagen is en hoe de werknemer de opname daarvan in wil gaan vullen, dit om het verval van de dagen te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld als vast onderdeel bij de periodieke beoordelings-/ of functioneringsgesprekken worden meegenomen, zodat het niet kan worden vergeten.

Het is daarbij ook van belang om goed schriftelijk vast te leggen dat (het aankomende verval van) de wettelijke vakantiedagen tijdig en in alle openheid met de werknemer is besproken, bijvoorbeeld in een gespreksverslag. Want als een werkgever namelijk niet kan aantonen dat hij aan zijn inspanningsplicht heeft voldaan en de werknemer vervolgens ontkent dat er op dit vlak gesprekken zijn gevoerd, dan kan het zomaar zo zijn dat een rechter er uiteindelijk vanuit gaat dat de werkgever niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan, met als mogelijk gevolg dat de vakantiedagen niet als vervallen worden beschouwd (en de werknemer deze alsnog mag opnemen danwel uitbetaald moet krijgen).

Overigens is de positie van de zieke werknemer en het verval van vakantiedagen, weer een iets ander verhaal, waarbij onder andere van belang is of de werknemer in kwestie re-integratiewerkzaamheden heeft kunnen verrichten of niet. Op deze situatie wordt in dit blog niet specifiek ingegaan.

Heeft u nog vragen? Onze specialisten arbeidsrechten Elzemieke Schouten https://kesselsadvocaten.nl/advocaten/mr-e-elzemieke-schouten/en Marjolijn van Alphen https://kesselsadvocaten.nl/advocaten/mr-m-marjolijn-van-alphen/staan u graag te woord!

Share this article

Comments are closed.