Vruchtgebruik

Vruchtgebruik kan zien op alle goederen, dus op zaken en op vermogensrechten.

Vruchtgebruik geeft het recht om goederen die aan een ander toebehoren te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten. Wat wordt bedoeld met de term ‘vruchten’? Dit kan in principe van alles zijn. Het klassieke voorbeeld is wanneer u een boomgaard van een ander gebruikt en daarvan de vruchten, bijvoorbeeld de peren, mag genieten oftewel mag plukken. Maar er kan bijvoorbeeld ook een vruchtgebruik worden gevestigd op een lening waarvan de vruchtgebruiker de rente int. De rente wordt dan gezien als een vrucht, afkomstig van de lening. Bij de vestiging van een vruchtgebruik kan worden afgesproken wat als vrucht wordt beschouwd. Doet u dit niet dan wordt aan de hand van de verkeersopvattingen bepaald wat een vrucht is. Dit kan voor erg veel verwarring zorgen. Het is dus ten zeerste aan te raden dat u bij vestiging van een vruchtgebruik zoveel mogelijk afspreekt wat de daadwerkelijke vruchten zijn.

Vruchtgebruik kan ontstaan door vestiging of verjaring. Vestiging spreekt in principe voor zich, verjaring niet. Wanneer is er sprake van verjaring? Ten eerste kan een onafgebroken bezit te goeder trouw van een recht van vruchtgebruik op een roerende zaak na verloop van drie jaar leiden tot verkrijging van het recht op vruchtgebruik. Ten tweede kan een onafgebroken bezit te goeder trouw van een recht van vruchtgebruik op andere goederen na verloop van tien jaar leiden tot verklaring van het recht op vruchtgebruik. Ten derde leidt bezit te kwader trouw na twintig jaar tot vruchtgebruik.

Heeft u vragen over vruchtgebruik, neem dan contact met ons op!

 

 

 

Share this article

Comments are closed.